Over het leven van Hermanna Groenendaal (mijn oma)

Het ergste wat mij als kind overkwam was het sterven van mijn moeder. Dat wasbleke gelaat is mij altijd bijgebleven. Later kwam de oorlog en werd ons huis met vele anderen gebombardeerd. Die puinhoop vergeet ik ook nooit meer. Maar de vreugde die je voelt wanneer je je eerste kind in je armen voelt is niet te beschrijven. Wat een geluk! Bijna zo blij met het eerste kleinkind, was ik Grootmoeder te zijn!”

Dit is wat mijn oma zelf schrijft over de belangrijkste gebeurtenissen uit haar leven. Verschillende keren heeft ze over stukjes van haar leven geschreven, in brieven, in een boekje dat ze voor mij maakte met herinneringen, in boeken over de familiegeschiedenis. En met een aantal van die stukjes samen heb ik geprobeerd haar levensverhaal, zo veel mogelijk in haar eigen woorden, op te schrijven.

————————————————————

Hermanna Groenendaal werd 0p 31 januari 1923 geboren in Haarlem als oudste dochter van Carolina Maria Donker (geboren op 14 juni 1896 in Amsterdam) en Hermanus Johannes Groenendaal (geboren op 1 juni 1901 in Haarlem).

Mijn vader en moeder trouwden op een zondag, zonder in het wettelijk huwelijk te treden. Ze gingen wonen in Haarlem, bij vaders moeder. Het beroep van mijn vader was hovenier, mijn moeder gaf les op de zondagschool. Beiden waren van Lutherse huize“.

Mijn vader was een bekende dienstweigeraar. Hij was de eerste die in hongerstaking ging in ons land. Dit was uit protest omdat men de dienstweigeraars gevangenisstraf gaf. hij was een anti-militarist. Mede door zijn houding kwam het dat men nu ook wel een plaatsvervangende dienst mag doen“.

  • Inderdaad was vader Herman Groenendaal indertijd een bekend dienstweigeraar, waar heel wat om te doen was. Hij was lid van de Internationale Anti Militaristische Vereniging, afgekort I.A.M.V. Dienstweigeren was toen een revolutionaire daad. Dienstweigeraars kwamen voor de krijgsraad en in de gevangenis. Wél had zijn daad mede tot gevolg dat er in 1923 een dienstweigeringswet kwam. De behandeling in de gevangenis was vaak slecht. De dienstweigeraar Jan Roos stierf in de gevangenis. Het orgaan van de I.A.M.V. schreef in mei 1929 over de dood van nog een dienstweigeraar. Deze man, Johan Jurriaans, was niet opgekomen voor 17 dagen herhalingsoefening. Na zijn arrestatie weigerde hij dienst. Hij kreeg 6 maanden gevangenisstraf. Ondanks dat hij veel pijn had werd geneeskundige hulp afgewezen. De arts stelde zonder onderzoek vast dat het simulatie was. Toen hij eindelijk na 4,5 maand zou worden geopereerd was het te laat. Jurriaans stierf en zijn laatste woorden waren: ‘ze hebben mij, evenals Jan Roos, vermoord’. Herman gebruikte in 1921 zelfs de hongerstaking om zijn vrijheid te bewerkstelligen. Zijn daad wekte grote beroering in het land. De I.A.M.V. probeerde een grote actie op touw te zetten. Men eiste vrijstelling voor Herman en er werd zelfs een lied gemaakt: ‘de moeder van de dienstweigeraar’. Het refrein was: ‘Jongen, ‘k zie jou liever dáár, dan als Moordenaar..!’  

Toen Herman uit gevangenschap kwam gingen hij en Carolina Maria Donker samenwonen en werd Hermanna geboren.

Ik werd geboren op 31 januari 1923 in Haarlem. Mijn ouders noemden mij Hermanna omdat ik een meisje was en het eerst kind naar mijn vader vernoemd zou worden.

Hermanna als 1-jarig meisje met haar moeder

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik een ijzeren bedje had met aan de zijkant van die mooie krullen. Eens had ik met mijn rechterhand de hele krul tot in het midden nagevoeld en toen opeens zat mijn pols vast. Wat ik ook probeerde, het ging niet. Ik werd heel angstig, gilde luid en met veel pijn en moeite kwam ik tenslotte met hulp van vader en moeder weer vrij. Mijn poppebed was ook zo’n bed. Voortaan had ik een heilig ontzag voor die krullen.

Lagere schooltijd

Na Manna werden er nog 6 broertjes en zusjes geboren: Cor, Mirra, Victoir, Siegfried, Gerda en Jopie. Het gezin woonde op verschillende adressen, o.a. in het Leidse hofje. De kleuterschool die Manna doorliep lag om de hoek, en daarna ging ze naar de Montessorischool in de Bakkerstraat.

Toen ik er naar toe ging was het een openbare Montessorischool en was mijnheer Bnadel de hoofdmeester. Ook Mirra was op deze school en samen liepen we erheen. Later kreeg ik een fiets en moest ik Vic en Sieg, achter op mijn fiets meenemen naar school. Dat was eigenlijk bij de wet verboden, omdat ik zelf daarvoor te jong was en die twee broertjes samen te zwaar. Toen heeft mijnheer Bandel met Herman gesproken en bleef ik allen nog op die school. Mirra, Vic en Sieg gingen daarna naar de school op het Weltevredenplein.”

Maar er zou een boel veranderen in het gezin.

Verdriet

Mijn broertje Cor was niet zo gezond. Hij had een blauwige kleur. De kraamhulp zag meteen dat het geen “blijvertje” zou zijn. Hij overleed reeds na een half jaar. Mijn zusje Mirra stierf aan hersenvliesontsteking toen ze 18 jaar oud was, kort na mijn verloving. Mijn moeder stierf bij de geboorte van Joop. Hij werd te vroeg geboren. De verbinding in het spijsverteringskanaal tussen maag en darmen was nog niet voltooid. Hij stierf twee dagen na mijn moeder. Samen werden zij begraven. Dat was in 1931. Ik was pas acht jaar oud.

Zo werden de 5 kinderen half-wezen. Het jongste zusje Gerda ging naar Amsterdam en de andere vier naar een kinderhuis in Heemstede (van de familie Jacobs-Ariëns) Daar vierde Manna haar negende verjaardag.

Na de dood van mijn moeder ging ik samen met mijn zusjes en broers naar een particulier kinderhuis. Daar was het goed. Maar de crisisjaren waren begonnen en er was te weinig geld om dat te blijven bekostigen. Daarom werden we verplaatst naar een goedkoper tehuis waar de gemeente ons onderhoud betaalde (‘Zie de zonzij” in Beverwijk). Daar gebeurden minder prettige dingen“.

Een nieuwe moeder

Inmiddels was vader Herman samen gaan wonen met hun vroegere hulp in de huishouding, Geertruida Beerthuizen. Hij had ook een ander huis gekregen en woonde nu in de Bantamstraat 114 te Haarlem. De kinderen werden toen weer in huis opgenomen en daar opgevangen door hun nieuwe moeder Geertrui, die in het vervolg Gerda werd genoemd.

Manna, Mirra, Victoir, Siegfried en Gerda

Het werd wel moeilijk met twee Gerda’s in huis, daarom werd het toen ‘grote Gerda’ en ‘kleine Gerda’. Het moet voor haar een zware tijd geweest zijn om voor deze vijf kinderen te zorgen, met een man die in de crisistijd zonder werk bij huis was en twee maal per dag moest stempelen. Manna was toen ongeveer tien jaar, Mirra 7, Victoir 6, Siegfried 5 en Gerda 3 jaar oud. Er zouden in het gezin nog drie kinderen bij komen: Rosa, Bart en Vera.

Huishoudschool

Na de lagere school volgde voor Manna de huishoudschool. Vrienden vond ze op de jeugdvereniging N.B.A.S. Ze ontmoette er iemand voor wie ze grote bewondering had, hij was de redacteur van het maandblad en later de landelijke voorzitter van deze vereniging. Hij kon mooi zingen en toneelspelen. Mede door hem ging Manna zich interesseren voor muziek en toneel, en ging ze gedichten schrijven. Ze heeft nooit laten merken hoezeer ze om hem gaf, omdat hij ouder was en al een vriendin had. Op 17-jarige leeftijd ontmoette ze in die vereniging ook een ‘aardige en zorgzame vriend’, met wie ze het goed kon vinden.

“Toen de oorlog uitbrak, was ik op de huishoudschool. Opa was toen 15 jaar oud en was volontair in een boekwinkel. Soms bracht hij me naar school en nodigde hij me uit bij zijn ouders. Zijn moeder gaf mij de allereerste muzieklessen en ’s avonds paste ik soms op zijn zusje Iet en broertje Henk. Samen met Iet waren we dan bezig met vouwblaadjes en maakten we het harmonica-alfabet.”

Deze vriendschap groeide verder. Maar er dreigde abrupt een einde aan te komen door de oorlog. De vader van vriend Bert zat in Haarlem in het verzet, en moest op een gegeven moment vluchten naar een andere plek. Het gezin verhuisde daarom naar Enschede.

“Toen jouw opa 16 jaar oud was en naar Enschede ging verhuizen, voelde ik dat hij méér om me gaf dan andere vrienden. Hij gaf me een viool, omdat de piano mee naar Enschede ging. Al snel vond ik een violist die mij les wilde geven. Hij was gehuwd en had 3 kinderen. Soms nam hij me mee naar een concert waarvan ik echt genoot. Maar eens op een avond wilde hij dat ik nog even met hem mee naar huis zou gaan. Dat deed ik en toen kreeg ik de schrik van mijn leven. Hij had de deur op slot gedaan en wilde uitgebreid met me vrijen! Nooit meer kwam ik bij hem terug!”

manna in 1941

Naar Enschede

Uiteindelijk bleek de liefde zo sterk geworden dat Manna op uitnodiging van het gezin van Bert ook naar Enschede kwam en bij het gezin introk. Vanaf 13 juni 1943 bleef ze bij zijn ouders in huis wonen en de officiële verloving was op 28 mei 1943.

verlovingsfoto

Verder was het nog steeds oorlog, en dat bleef in het gezin niet zonder gevolgen.

Trouw hielpen we elkaar de oorlog door. Mirjam was een joods onderduikertje en werd door het hele gezin vertroeteld. Chelly Modyefski was een joods meisje van 17 jaar en was ook opgenomen in ons gezin. Later kwam hier nog een joods echtpaar bij, de familie Heymans. Allen kwamen zij veilig de oorlog door dankzij verzetsmensen die voor distributiekaarten zorgen en de waakzaamheid van allen.

Trouwdag

Na de oorlog kon er dan eindelijk getrouwd worden..

“We trouwden op 26 october 1946 in Enschede. Veel ging nog op de bon. Ik droeg een geleende koningsblauwe avondjapon. De cadeaus die we kregen waren o.a. een paar pakken koffie, gebaksvorkjes, theelepeltjes en 3 tweepersoonslakens met slopen. Daar we onze verlovingstijd in hetzelfde gezin doorbrachten, leerden we elkaar door en door kennen. We wisten wat we aan elkaar hadden zowel in goede als in slechte tijden. We begonnen met heel weinig meubilair. De stoelbekleding moest nog bijeen gespaard worden. Samen werkten wij daarvoor. Daarna spaarden we een babyuitzet bijeen.Onze eerste woning was een kamer in het ouderhuis in de Cort van der Lindenlaan 43 in Enschede. Daar woonden we tot het tweede kind op komst was in 1950”.

trouwfoto

In 1948 werd het eerste kind geboren, Aron, en in 1950 het tweede kind, Marja. Inmiddels was er een huis gekomen aan de van Leeuwen-hoekstraat 234. Bert werkte als kantoormedewerker bij de begrafenisverzekering Onderlinge Hulp en Manna was druk met verstelwerk voor andere mensen. Zo verdiende ze een centje bij en ondertussen haalde ze een diploma costuumnaaien.

Kleinkinderen

De kinderen groeiden op, en verlieten langzaam aan het ouderlijk huis. Op 17-jarige leeftijd ging dochter Marja uit huis om in een opleiding tot verpleegkundige te volgen. Ze trouwde op 3 september 1971 met Barteld Dirk Hoffman. De opleiding werd voltooid, maar de directie van het ziekenhuis verbood haar het eindexamen af te leggen, omdat ze enkele keren flauw was  gevallen omdat de eerste baby zich aandiende.

Op 21 juni 1972 werd de eerste kleindochter geboren, Miranda.

Er was een flat leeggekomen in de Roerstraat en wij hadden je ouders geholpen alles schoon te maken en te behangen. Jouw moeder mocht niet zo hard werken omdat jij binnen in haar al flink was gegroeid. Ze gaf aanwijzingen hoe alles worden moest en haakte een doopjurk. Je vader maakte een wieg en je moeder bekleedde hem met stof van haar bruidsjapon. Opa borduurde je lakentjes.

miranda, juni 1972

“Toen je begon te praten noemde je mij ‘oma Moppie’. Als je bij ons kwam gingen we eendjes voeren, plaatjes kijken, spelletjes doen en ook wel een bal door boogjes slaan. Ik praatte veel over je en dan vertelde ik dat je vlug van begrip was en ook een klein beetje op mij leek. We waren goede maatjes.”

Meer kleinkinderen volgden en Manna was even trots op allemaal: eerst van Marja, de eerste kleinzoon: Peter, daarna ook van Aron, een kleinzoon: Holger en twee kleindochters: Kirsten en Dagmar.

Naarmate Manna na haar drukke leven en zorgen om haar gezin meer tijd kreeg om dingen voor zichzelf te doen, pakte ze ook het bezig zijn met filosofie, muziek en dichten weer op. Ze nam orgelles, en zette haar gedichten zelf op muziek. Later kwam er nog een bezigheid bij die deze periode van haar leven zou kenmerken: genealogie. Met als aanknopingspunt een stamboom van de familie Wesselius, uitgezocht door zwager Joop, ging ze aan het zoeken in de oude familiegeschiedenis en kwam daarbij terecht in stadsarchieven, provincie-archieven, oude begraafplaatsen en burchten. Veel heeft ze ontdekt, moeilijk was het anderen daarvoor enthousiast te krijgen en over te brengen wat ze gevonden had. Naast deze uitgebreide studie naar de familie Wesselius heeft ze ook haar eigen familiegeschiedenis in kaart gebracht, iets wat de nodige emoties losmaakte.

Ziekte

Al die jaren had zij het met Bert goed – ze vierden menig huwelijksjubileum en dat het liefst temidden van alle kinderen, kleinkinderen, familieleden en vrienden. Langzamerhand werd de gezondheid van Bert echter minder, zodat zijn werk bij de begrafenisverzekering steeds moeilijker werd. Toch bracht dit eerst nog geen grote zorgen mee. In deze tijd schreef Manna:

Langzamerhand krijg je het gevoel dat je niet meer helemaal mee kunt met alle veranderingen die dagelijks om je heen het leven ingewikkelder maken en dan is het fijn om rustig met z’n beidjes op je eigen gangetje voort te kunnen gaan. De kinderen hebben het zelf erg druk en de kleinkinderen moeten in hetzelfde drukke tempo mee… Wij begrijpen dat best. Gelukkig hoeven we zélf nu niet meer mee en het stemt ons erg dankbaar als we merken dat kinderen en kleinkinderen ondanks hun drukke bezigheden zo nu en dan toch nog tijd vinden ons te bezoeken en te helpen waar het nodig is.”

Al gauw werd de ziekte van Bert echter erger, en na veel zorgen om hem, kwam er uiteindelijk een periode dat hij in een bed in de kamer lag en Manna dag en nacht bij hem waakte. Dit was een heel zware periode. Uiteindelijk stierf hij op 11 november 1996. Alle zorgen en vermoeidheid van de laatste jaren kwamen er nu bij Manna uit. Er was veel onrust in haar, en het lukte haar niet goed om de rust terug te vinden om zelf weer te genieten van het doen van dingen die ze jarenlang niet had gekund. Het was een verwarrende tijd. Ze kwam in het voorjaar een paar dagen logeren bij ons in Haarlem, háár stad. Maar dit maakte de verwarring eigenlijk alleen groter, allerlei herinneringen van vroeger kwamen boven en de kamer waar ze sliep leek precies op haar kamer in het kindertehuis in Heemstede. Zo vocht ze deze jaren door om het leven nu alleen te leven. En toen onverwacht was daar het einde. In de vroege ochtend van 18 maart 1999 stopte haar hart met kloppen en stierf ze, op haar eigen bank in haar eigen woonkamer, maar zonder dat we afscheid konden nemen.

Ik wilde haar graag een plekje geven op mijn weblog, en iets over haar leven ‘bewaren’ …

“Bij het klimmen van de jaren

zou men dolgraag dat bewaren

dat voor later nageslacht

soms nog nuttig wordt geacht.


Daarom wil ik jou hier schenken

wat ik naliet ter herdenken

aan voorbije, vroeger jaren

die ons leven laat verklaren.


Jij leeft nu in and’re tijden,

maar gevoelens kunnen leiden

tot begrip voor ’n ouder mens.

Dat slechts is mijn een’ge wens.”

Advertenties

9 gedachtes over “Over het leven van Hermanna Groenendaal (mijn oma)

  1. indrukwekkende verhalen!! Ik wilde dat ik zover in de
    geschiedenis terug kon bladeren. De verhalen over mijn vader zouden zo een wat minder ‘geromantiseerd’ portret opleveren.. liefs Gea

  2. wat mooi ben onder de indruk van deze famlie.
    kom toevallig op deze site /blog maar heb tussen mijn voorbereiding bijbelkring even heel ontspannen in deze familie een uurtje op visite geweest.
    Maria

    1. Ha Hilde, wat leuk om je reactie te lezen! excuus voor de late reactie.. was een hele tijd niet op mijn blog.. maar leuk om van je te horen! tante Roos ken ik zeker.. en Saskia heeft nog wel eens bij ons gelogeerd… laaaannng geleden.. hartelijke groet!

  3. Hallo Anna, leuk om je verhaal te lezen! Ik ben vorig jaar in de familie Groenendaal ingetrouwd, met Martin Groenendaal en zit nu naast zijn vader Siegfried door je verslag te bladeren. We zullen het voor hem uitprinten. groeten uit Hengelo, Maike

  4. Hoi Miranda,
    Voor de zoveelste keer heb ik je verhaal gelezen. Ik word er telkens weer emotioneel van. Al Jaren geleden heb ik je laten weten dat ik je graag weer eens zou willen ontmoeten maar ik heb nooit de daad bij het woord gevoegd. Misschien een goed voornemen voor 2018? 🙂
    Ik wens jou en al je geliefden een heel gelukkig nieuw jaar en hopelijk zien we elkaar snel eens.
    Lieve groet, je nichtje Dagmar

    1. Ha lieve Dagmar, dank je wel voor je mooie woorden, en lijkt me een heel goed idee, voor 2018, wij komen een stukje dichterbij jullie ook nog te wonen, ik laat het je horen, maken we een afspraak goed? Ook voor jullie een heel goed nieuw jaar gewenst!! Lieve groet terug, Miranda

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s